Regels t.a.v. fokken

Toelichting nieuwe wet- en regelgeving

Besluit houders van dieren

1 Versie 12-11-2014
Het Besluit houders van dieren is sinds 1 juli 2014 van kracht. De Raad van Beheer krijgt
veel vragen over de gevolgen van deze nieuwe wet- en regelgeving voor de
hondenfokkerij, -tentoonstellingen en –wedstrijden. In dit artikel proberen we aan de
hand van vraag en antwoord wat meer duidelijkheid te verschaffen.
Waar vind ik de nieuwe regels?
De regels waar houders van dieren zich aan moeten houden staan in het Besluit houders van dieren, onderdeel van de Wet dieren. Het besluit geldt sinds 1 juli 2014 en vervangt onder andere het Honden- en kattenbesluit 1999 (HKB). In hoofdstuk 3, paragraaf 2 van het besluit zijn de regels opgenomen over bedrijfsmatig gehouden gezelschapsdieren. De vaststelling of het gaat om bedrijfsmatige activiteiten wordt per geval getoetst. In de meeste gevallen is dit duidelijk, omdat het bijvoorbeeld een dierenspeciaalzaak of pension betreft. In de gevallen waarin dit niet duidelijk is, maar wel wordt vermoed dat sprake is van bedrijfsmatig handelen, zal de betrokkene aannemelijk moeten maken dat niet bedrijfsmatig word gehandeld, om niet onder de werking van het besluit te vallen.
Moet ik mijn locatie registreren?
Houdt u op een bedrijfsmatige manier huisdieren, dan moet u zich houden aan de regels voor
dierenwelzijn, vakbekwaamheid en huisvesting. U voert bedrijfsmatig activiteiten uit zoals verkoop, aflevering, opvang en het voor de verkoop of aflevering fokken of op voorraad hebben van huisdieren. U dient dan de locatie van waaruit u activiteiten uitoefent te registreren.
Op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, mijn.rvo.nl/bedrijfsmatighuisdieren-houden, vindt u meer uitleg over de vraag of u wel of niet bedrijfsmatig bezig bent. Zorg dat u dit bijtijds nakijkt, want u dient vóór 1 november 2014 een Uniek Bedrijfsnummer (UBN) aan te vragen!
Let op: Deze verplichte registratie voor bedrijfsmatige houders van honden en katten is niet nieuw. Deze verplichting bestond ook al in het Honden- en kattenbesluit 1999.
Ik fok honden als hobby, dan ben ik toch niet bedrijfsmatig bezig?
Ook al verdient u geen geld met de fokkerij en geeft u de door u gefokte dieren weg, dan nog kunt u voor de wet bedrijfsmatig bezig zijn. Dat was ook al zo in het Honden- en kattenbesluit 1999. Grofweg bent u bedrijfsmatig bezig als uw fokactiviteiten een zekere omvang en regelmaat hebben. Hieronder vindt u een opsomming van indicaties die de bedrijfsmatigheid van uw activiteiten kunnen bepalen.
In de nota van toelichting bij het Besluit houders van dieren staat dat specifiek voor honden het wat betreft bedrijfsmatigheid zo is dat als richtsnoer wordt genomen dat iemand in een jaar 20 honden of meer fokt of verkoopt. Zit u daar onder, maar is één of meer van onderstaande indicaties van toepassing, dan nog kunt u bedrijfsmatig bezig zijn.
 U fokt niet om de dieren zelf te houden en ook niet voor uw familie en vrienden.
 U verkoopt of levert de dieren af aan anderen dan familie en vrienden.
 U heeft ruimtes speciaal ingericht voor de handel of het fokken van de dieren.
 U bent geregistreerd bij de Kamer van Koophandel of u heeft een BTW-nummer.
 U adverteert.
De fokker in kwestie moet bewijzen, dan wel aannemelijk maken dat er geen sprake is van
bedrijfsmatig handelen. Voor zover het om honden en katten gaat, doet het er hierbij niet toe of er al dan niet winst wordt gemaakt. Er vindt daarmee geen wijziging plaats ten opzichte van de reikwijdte van het HKB 1999.Toelichting nieuwe wet- en regelgeving Besluit houders van dieren
2 Versie 12-11-2014
Hoe gaat registratie als bedrijfsmatig houder in zijn werk?
U gaat naar de website mijn.rvo.nl/bedrijfsmatig-huisdieren-houden en registreert daar de locatie van waaruit u de activiteiten uitvoert. Dit doet u vóórdat u start met de activiteiten. U krijgt direct na registratie een ontvangstbevestiging. Deze geldt als bewijs van inschrijving totdat het Unieke Bedrijfsnummer (UBN) verstrekt wordt (voorjaar 2015). U ontvangt dan een overzicht met het UBN en de gegevens die daar bijhoren. De kosten zijn € 19 per UBN per jaar.
De beheerder is degene die de dagelijkse leiding geeft aan de activiteiten. Hij moet een bewijs van vakbekwaamheid hebben. U stuurt een kopie van het bewijs van vakbekwaamheid mee met uw registratie. U kunt dit digitaal uploaden.
Houdt u alleen bedrijfsmatig honden en bent u al geregistreerd bij de Gezondheidsdienst voor Dieren, dan hoeft u zich niet nogmaals te laten registreren.
Is het bewijs van vakbekwaamheid verplicht?
Ja, de beheerder dient een bewijs van vakbekwaamheid te hebben voor de honden waar hij mee werkt. Bij een tentoonstelling, beurs of markt waar bedrijfsmatige activiteiten plaatsvinden, zorgt de organisator dat er iemand met een bewijs van vakbekwaamheid aanwezig is.
Er is een overgangstermijn vastgesteld. Wie voor 1 juli 2015 al met honden werkte, heeft tot 1 juli 2020 de tijd om een bewijs van vakbekwaamheid te behalen. Het bewijs van vakbekwaamheid moest je ook al hebben volgens het Honden- en kattenbesluit 1999. Dit bewijs blijft geldig.
Wie na 1 juli 2015 een bedrijfsmatige activiteit wil starten, moet zorgen dat hij eerst over een bewijs van vakbekwaamheid beschikt.
Hoe kom je aan een bewijs van vakbekwaamheid?
Een bewijs van vakbekwaamheid krijgt u door een erkende opleiding te volgen bij een instelling voor middelbaar beroepsonderwijs. Deze instelling is opgenomen in het centraal register beroepsopleidingen (Crebo). Informeer bij de opleider of zij opleidingen aanbieden die recht geven op een bewijs van vakbekwaamheid voor de diergroep die u bedrijfsmatig houdt.
Wilt u weten of de opleiding of cursus die u heeft gevolgd recht geeft op het bewijs van
vakbekwaamheid? De onderwijsinstelling zelf kan u hierover informeren.
Ik heb een buitenlands diploma, geldt dat hier ook?
Heeft u een buitenlands diploma voor de opvang, handel en het fokken van honden en katten? Vraag dan bij Bureau Erkenningen na of dit recht geeft op een bewijs van vakbekwaamheid. Stuur hiervoor uw gegevens en documenten (diploma, cijferlijst) naar: Bureau Erkenningen, t.a.v. de heer A. G. de Groot, Postbus 458, 6710 BL Ede.
Moet je ook registreren als je een tentoonstelling organiseert?
Ja, maar alleen als het een tentoonstelling, beurs of markt betreft waar bedrijfsmatige activiteiten met huisdieren plaatsvinden, zoals handel en verkoop. Op het evenement moet iemand aanwezig zijn met een bewijs van vakbekwaamheid voor de honden die aanwezig zijn. U stuurt een kopie van dit bewijs mee met uw registratie. U kunt dit digitaal uploaden in het formulier. Andere eisen zijn:
 De dieren zitten in huisvesting die voldoet aan de eisen.
 De dieren worden individueel gekeurd op besmettelijke dierziekten voordat ze op het
   evenement aanwezig mogen zijn.
 Er zijn geen hoogdrachtige en zogende dieren aanwezig.
Is registratie ook verplicht als we bijvoorbeeld een clubmatch organiseren?
Nee, want daar vinden geen bedrijfsmatige handelingen plaats, zoals handel en verkoop van dieren.
Dan is registratie dus niet nodig! Toelichting nieuwe wet- en regelgeving Besluit houders van dieren
3 Versie 12-11-2014
Is registratie van een evenement nu al verplicht?
De verplichting om vooraf het evenement te melden, gaat in op 1 november 2014. U heeft ook tot 1 november 2014 de tijd om de keuring van dieren in te richten. Voor de aanwezigheid van iemand met een bewijs van vakbekwaamheid heeft u tot 1 november 2015 de tijd. U kunt het bewijs van vakbekwaamheid opsturen zodra u het heeft. Gebruik daarvoor het formulier Melding Bijlagen dat u bij de ontvangstbevestiging van uw melding heeft ontvangen. Dit formulier verstuurt u per post.
Hoe gaat registratie van een evenement in zijn werk?
U registreert persoonsgegevens en de gegevens van de tentoonstelling, beurs of markt uiterlijk twee weken vooraf op mijn.rvo.nl/bedrijfsmatig-huisdieren-houden. U krijgt direct nadat u uw registratie heeft ingediend een ontvangstbevestiging. De ontvangstbevestiging geldt als bewijs van inschrijving totdat het Unieke Bedrijfsnummer (UBN) verstrekt kan worden. Dit gebeurt in het voorjaar van 2015.
U ontvangt dan een overzicht met het UBN en de gegevens die daarbij horen. De kosten zijn € 19 per UBN per jaar.
Eisen aan fokken, huisvesten en verzorgen
Behalve eisen van vakbekwaamheid bevat het Besluit ook regels over fokken en over huisvesting en verzorging. Deze gelden ook voor hobbyhouders.
Fokken
Fokken met honden mag niet schadelijk zijn voor het welzijn en de gezondheid van de ouderdieren en de pups. Dit zijn de voorwaarden:
 U zorgt er zo veel mogelijk voor dat ernstige erfelijke afwijkingen en ziekten niet worden
   doorgegeven.
 U zorgt er zo veel mogelijk voor dat uiterlijke kenmerken die schadelijk kunnen zijn niet
    worden doorgegeven.
 U zorgt er zo veel mogelijk voor dat ernstige gedragsafwijkingen niet worden doorgegeven.
 Het aantal nesten of nakomelingen mag gezondheid of welzijn van het dier niet benadelen.
 Voortplanting moet zo veel mogelijk op natuurlijke wijze gebeuren.
 Een hond krijgt binnen een aaneengesloten periode van twaalf maanden maximaal één
   nest.
 Om aan deze regels te voldoen blijft u op de hoogte van ontwikkelingen bij de diersoort
   waarmee u fokt.
Verzorging
U bent verantwoordelijk voor de gezondheid en het welzijn van de dieren, u verzorgt ze goed en mishandelt en verwaarloost de dieren niet. De algemene zorgplicht geldt altijd. Een goede verzorging betekent onder andere:
 De dieren hebben voldoende bewegingsvrijheid.
 De dieren kunnen hun natuurlijk gedrag vertonen.
 De dieren worden verzorgd door iemand die daarvoor de juiste kennis en vaardigheden
    heeft.
 Zieke en gewonde dieren worden direct verzorgd.
 Dieren krijgen voldoende gezond en voor hun soort geschikt voer en water.
Huisvesting
De voorwaarden voor goede huisvesting zijn onder andere:
 In de ruimtes zijn geen materialen gebruikt of scherpe randen, uitsteeksels of andere
   situaties waardoor het dier gewond kan raken. Deze mogen ook niet schadelijk zijn.
 De ruimte moet gemakkelijk kunnen worden schoongemaakt en ontsmet.Toelichting nieuwe    wet- en regelgeving Besluit houders van dieren
4 Versie 12-11-2014
 De ruimte en de materialen zijn aangepast aan de behoeften die het dier van nature heeft.
   Dit zijn fysiologische en ethologische behoeften. Denk bijvoorbeeld aan het dag- en
   nachtritme van het dier.
 Een drachtig of zogend dier heeft voldoende en geschikte nestruimte.
 In een verblijf is het aantal dieren en de samenstelling van de diersoorten zodanig dat dit de
   gezondheid en het welzijn van het dier niet benadeelt.
Klopt het dat er een informatieplicht is ingevoerd?
Ja, er is een informatieplicht, en dat is nieuw ten opzichte van het HKB 1999. Gebrek aan kennis over de verzorging en de huisvesting is een belangrijke oorzaak voor ongerief bij gezelschapsdieren. Om deze kennis te vergroten, moet de verkoper bij de verkoop of aflevering van een dier schriftelijke informatie geven over de verzorging, huisvesting, gezondheid en gedrag van een dier, alsmede over de kosten die het houden met zich meebrengt. Denk hierbij aan ‘bijsluiters’ van het Landelijk InformatieCentrum Gezelschapdieren (LICG), die over al deze aspecten informatie geven.
Als er erfelijke gezondheidsproblemen bij het desbetreffende ras voorkomen, dient dit ook vermeld te worden. Tevens kan het nodig zijn te vertellen welke mogelijkheden er zijn voor het doen van onderzoek of het dier daadwerkelijk een erfelijke afwijking heeft en welke preventieve maatregelen genomen kunnen worden.
Het alleen digitaal of mondeling verstrekken van informatie is niet toegestaan.
Worden er ook eisen gesteld aan socialisatie?
In het kader van de zorg voor jonge dieren moet ook voorzien worden in socialisatie, met het oog op hun latere gedrag. Deze verplichting is nieuw ten opzichte van het HKB 1999.
Socialisatie houdt in dat dieren soorteigen gedrag en aanpassingsmogelijkheden aan houderij-omstandigheden leren en kunnen tonen. Daarnaast is het van belang dat dieren ook wennen aan mensen en hun aanwezigheid. Dit laatste geldt ook voor soortgenoten en andere diersoorten. Met hierop gericht handelen kunnen dieren hiermee bekend worden gemaakt en hieraan wennen. Voor een hond die bijvoorbeeld in een gezin met kinderen zal gaan leven, is het van belang dat hij in de socialisatiefase (grofweg de eerste twee levensmaanden) al leert om te gaan met kinderen. Voorts zal ook gedrag bij het dier moeten worden ontwikkeld dat is aangepast aan houderij-omstandigheden, bijvoorbeeld ten aanzien van huisvesting, en is het van belang dat het gewend raakt aan omgevingsprikkels, zoals het verkeer.
Ik hoorde dat je ook nog een milieuvergunning moet hebben. Klopt dat?
Het kan inderdaad zijn dat uw gemeente ook nog een milieuvergunning eist. Dit verschilt per
gemeente, dus vraag dit na bij uw eigen gemeente.
Welke instanties gaan toezicht houden op naleving van de wet?
De controle of aan de relevante bepalingen wordt voldaan, zal plaatsvinden door handhavers in het veld – denk aan milieuambtenaren, NVWA en LID – die aan de hand van de omstandigheden kunnen duiden of sprake is van bedrijfsmatig handelen. Om enige duiding te geven wanneer sprake is van bedrijfsmatig handelen zullen richtsnoeren worden opgesteld, bijvoorbeeld voor de meest voorkomende diersoorten. Deze kunnen, mede afhankelijk van praktijkervaringen steeds worden bijgesteld.
Welke invloed heeft de nieuwe regelgeving op bestaande regels van de Raad van Beheer?
Deze nieuwe regelgeving van de overheid brengt met zich mee dat de Uitvoeringsregels
locatiecontroles (hierna Uitvoeringsregels) per 1 december 2014 worden aangepast.
Locatiecontroles worden steekproefsgewijs uitgevoerd door de buitendienstmedewerkers van de Raad van Beheer bij het chippen van een nest of het aanvragen van een kennelnaam. Het
belangrijkste verschil ten opzichte van de oude regels is dat nu een duidelijke scheiding is Toelichting nieuwe wet- en regelgeving Besluit houders van dieren
5 Versie 12-11-2014
Aangebracht tussen de regels die gelden voor alle fokkers en de regels die specifiek gelden voor bedrijfsmatige fokkers.
Indien de locatie niet voldoet aan de nieuwe regels kan de Raad van Beheer besluiten geen
stambomen voor het nest af te geven of de aanvraag voor de kennelnaam af te wijzen (zie artikel III.16 lid 3 KR / III.49 lid 1d KR). Indien er al een kennelnaam is kan de Raad van Beheer op grond van III.51 lid 1a jo III.49 lid 1d KR de kennelnaam intrekken.